Rasinformatie Maine Coon

Geschiedenis
De Maine Coon kat is een natuurlijk kattenras uit Noord-Amerika. Men vermoedt dat hij oorspronkelijk afkomstig is uit Maine, een van de staten die samen New England vormen. Algemeen wordt aangenomen dat de Maine Coon zijn ontstaan heeft te danken aan de import van halflang haarkatten, meegenomen door zeelieden, die zich vermengd hebben met de aldaar wonende katten. Hierna deed natuurlijk de selectie de rest, waarbij de kat zich aanpaste aan het ruwe klimaat van Maine. De Maine Coon wordt in Amerika als volgt omschreven: een echte werkkat, gespierd, robuust en gemiddeld tot groot van afmeting, op zijn hoede, maar geïnteresseerd in zijn omgeving. Hij werd door natuurlijke evolutie gevormd om in staat te zijn te overleven in een ruw klimaat, min of meer onafhankelijk van menselijke hulp.

Karakter en uiterlijk van de Maine Coon
Onder het misschien wat wilde uiterlijk van de Maine Coon verbergt zich een aanhankelijke kat met een zeer tolerant karakter. Hij is niet opdringerig, maar wel speels(sommigen apporteren ook) en intelligent. Van nature rustig van aard en goedgehumeurd zal hij niet gauw zijn nagels gebruiken en vechtpartijen bij voorkeur uit de weg gaan. U zult verbaasd zijn over het zachte stemgeluid als u voor het eerst een Maine Coon hoort miauwen. Katers zijn over het algemeen wat ondernemender. Poezen zijn vaak wat gereserveerder tegenover vreemden. Het zijn katten met een natuurlijk uiterlijk en een makkelijk te onderhouden vacht. Ze worden iets groter dan de gewone huiskatten, namelijk vijf tot acht kilo, waarbij de katers iets forser zijn de de poezen. Omdat het ras zich betrekkelijk traag ontwikkelt, zijn ze pas met een jaar of vier volwassen en hebben dan pas hun uiteindelijke type vacht bereikt. Hun verschijning is imposant door hun uitstaande vacht, hope poten en lange, volle staart en geeft een goed gespierde, stevige en krachtige indruk. De brede kop heeft een vierkante snuit met een lichte welving in de neus, grote oren met haarpluizen eruit en het liefst pluimpjes aan de punten. Verwacht wordt dat de kop wordt omlijst door een kraag. De vacht is dicht, kort op de kop, schouders en poten geleidelijk langer langs de rug en flanken, met een enigszins ruig- en vol behaarde broek op de achterpoten en lang buikhaar. De lange pluimstaart wordt gebruikt om de voeten en oren warm te houden als ze zich helemaal oprollen. De vacht klit nauwelijks omdat er bijna geen ondervacht aanwezig is. Een keer in de week kammen en borstelen is meestal voldoende, waarbij u de vier ‘oksels’ niet moet vergeten. Bij de Maine Coon zijn vrijwel alle kleuren mogelijk. Alleen de kleuren lilac, chocolate en de Siamese point-aftekeningen zijn niet toegestaan. De volgende twee vachtpatronen zijn toegestaan:
gemarmerd, ook wel ‘classic’ of ‘blotched’ genoemd en gestreept, ook wel ‘mackerel’ genoemd, tevens is effen mogelijk. Hoewel de Maine Coon goed binnenshuis gehouden kan worden, heeft hij het liefst een uitloop naar buiten.